Monza 1975: De eerste wereldtitel, voor de tifosi
Op 7 september 1975 schreef Niki Lauda geschiedenis op Autodromo Nazionale Monza. Onder het toeziend oog van tienduizenden tifosi stelde hij daar zijn eerste wereldtitel veilig. Een derde plaats was genoeg om Emerson Fittipaldi, die tweede werd, te onttronen, en wereldkampioen te worden. Lauda werd daarmee de zesde coureur die wereldkampioen zou worden in een Ferrari.
De race zelf werd gewonnen door zijn teamgenoot Clay Regazzoni, wat zorgde voor een droomscenario voor de Scuderia: winst in eigen land én de wereldtitel voor hun kopman. Lauda had aan een vijfde plek voldoende gehad, maar zijn derde plaats onderstreepte hoe sterk hij dat seizoen was. Voor Ferrari betekende het de eerste coureurstitel sinds 1964 en de derde in de rijke geschiedenis van het befaamde merk.
Dat kampioenschap kwam er niet toevallig. Met de Ferrari 312T vond Lauda eindelijk het materiaal dat bij zijn nauwkeurige rijstijl paste. Hij won vijf races en pakte negen polepositions. Na een moeizame start van het jaar met de oudere 312B3 draaide het seizoen volledig om in zijn voordeel.
Op het podium in Monza bleef hij zichzelf. Terwijl het publiek uit zijn dak ging, merkte Lauda droogjes op: "Ik denk dat de linker achterdemper kapot is." Het typeert hem: zelfs op het grootste moment van zijn carrière dacht hij eerst aan de techniek.
De crash op de Nordschleife en zijn onwaarschijnlijke terugkeer
Lauda leek fluitend op weg te zijn naar zijn tweede opeenvolgende wereldtitel in 1976. Het GP-weekend op de Nordschleife zou zijn leven echter voorgoed veranderen.
De omstandigheden waren enorm verraderlijk. Op de Nordschleife, dat bij goed weer al een levensgevaarlijk circuit was, had het geregend. Lauda zag de ernst van de situatie in en probeerde de race af te gelasten. Hij kreeg de meerderheid van zijn collega’s niet mee, waardoor de race gewoon doorging. En dus stapte ook Lauda in zijn Ferrari.
Het ging echter gruwelijk fout voor de Oostenrijker. De achterwielophanging van Lauda’s Ferrari brak af, waarna de auto naar rechts schoot in een snelle linkerbocht, de brandstoftank kapotging en Lauda achterbleef in een inferno. Hij liep ernstige brandwonden op aan hoofd en handen, maar veel gevaarlijker was het inademen van hete, giftige gassen. Hij ontsnapte ternauwernood aan de dood.
De verrassing was daarom des te groter dat hij slechts 42 dagen later, op 12 september 1976, alweer op de grid stond in Monza. Hij had slechts twee races gemist. Op de persconferentie verscheen hij met nog altijd verbonden brandwonden. Journalist Nigel Roebuck beschreef later hoe hij Lauda in de pits zag terwijl hij “de met bloed doordrenkte verbanden van zijn verbrande schedel pelde.”
Lauda kwalificeerde zich als vijfde en finishte als vierde, achter winnaar Ronnie Peterson en teamgenoot Clay Regazzoni. Het was een prestatie van opmerkelijke moed, al gaf Lauda later toe dat hij “absoluut doodsbang” was. Enzo Ferrari had zijn terugkeer niet verwacht en had Carlos Reutemann al als vervanger gecontracteerd.
Die comeback zou de motorsportwereld voorgoed veranderen, een testament aan pure wilskracht dat Toto Wolff later zou samenvatten: “Hij had enorme veerkracht en vastberadenheid. Hij was een vechter, een verbeten concurrent.”
Oostenrijk 1984: Lauda wint als eerste Oostenrijker zijn thuisrace
Oostenrijk kende met Jochen Rindt en Niki Lauda twee absolute Formule 1-toppers in de jaren ’60 en ’70. Toch duurde het tot 1984 voordat een Oostenrijker een F1 Grand Prix in zijn thuisland wist te winnen.
Lauda kwalificeerde zich als vierde, achter Nelson Piquet op pole, Alain Prost en Elio de Angelis. Halverwege de race spinde Prost, waardoor Lauda opschoof naar de tweede positie. In ronde 39 passeerde hij Piquet, wiens achterste banden verslechterden, en nam Lauda de leiding over.
Enkele ronden later sloeg het noodlot toe. Lauda’s versnellingsbak bezweek. Een ander had de handdoek in de ring gegooid, maar Lauda ontdekte pragmatisch dat de derde versnelling nog werkte, en ook de vijfde. Hij vervolgde de race met slechts deze twee versnellingen, schakelde heen en weer om een competitief tempo te behouden, en won met 23 seconden voorsprong.
Voor Oostenrijk had Prost een voorsprong van 5,5 punten, maar Lauda’s zege zorgde ervoor dat de Oostenrijker het kampioenschap ineens leidde met een voorsprong van 3,5 punten.
Portugal 1984: De spannendste titelzege ooit
Lauda’s derde en laatste wereldtitel in 1984 kwam tot stand na een lange strijd met McLaren-teamgenoot Alain Prost, een duel dat het hele seizoen duurde en zou eindigen met de kleinste winstmarge voor een kampioen in de Formule 1-historie: precies een half punt.
Die uitzonderlijke marge was het directe gevolg van de beslissing van de FIA om halve punten toe te kennen voor de door regen verkorte Grand Prix van Monaco, die Prost won terwijl Lauda derde werd. Over zestien races verdeeld wonnen de twee McLaren-coureurs er samen twaalf, met Prost die er zeven op zijn naam schreef tegen vijf voor Lauda. Prost evenaarde daarmee Jim Clarks record uit 1963 voor het aantal overwinningen in één seizoen.
Prost was sneller in de kwalificatie, maar Lauda koos bewust voor een andere aanpak. “Ik moest hem verslaan door slim te zijn, door te werken aan de race-setup en niet aan de kwalificatie. Ik heb nooit meer voor pole position gewerkt. Ik werkte alleen voor de race,” verklaarde Lauda later.
De McLaren MP4/2-TAG Porsche genoot van een enorm technisch voordeel door superieure brandstofefficiëntie, waarmee de wagen de volledige raceafstand kon rijden met meer dan 800 pk, terwijl concurrenten vergelijkbare vermogensreserves misten. Maar techniek alleen was niet voldoende; het kampioenschap werd beslist door strategie en een beetje geluk.
In de seizoensfinale in Portugal moest Lauda tweede worden om de titel veilig te stellen, maar hij lag aanvankelijk bijna 30 seconden achter Nigel Mansells Lotus. Met achttien ronden te gaan bezweken Mansells remmen, een probleem dat Lauda toeschreef aan Lotus’ weigering de remmen te leveren die Mansell had gevraagd voor zijn laatste race met het team, alvorens naar Williams te vertrekken. Mansells uitvalbeurt promoveerde Lauda naar de tweede plaats en leverde hem de twee cruciale punten die zijn derde wereldtitel met een half punt bezegelden.
Zandvoort 1985: Zijn laatste overwinning
Op 25 augustus 1985 behaalde Lauda op het Circuit Zandvoort zijn laatste overwinning in de Formule 1. Zijn 25e en laatste Grand Prix-zege kwam tot stand vanuit de tiende startpositie en mondde uit in een adembenemend duel met teamgenoot Alain Prost, die hij met slechts 0,232 seconden voorbleef.
Het seizoen was verschrikkelijk verlopen voor de 36-jarige Oostenrijker. Van de tien races voorafgaand aan de race in Nederland had hij er slechts twee uitgereden en maar vijf punten verzameld. Maar op het snelle, smalle, golvende en meedogenloze circuit aan de Noordzeekust toonde hij nog één keer zijn klasse.
Na de eerste ronde lag Lauda al vijfde. In ronde 14 passeerde hij Ayrton Sennas Lotus-Renault, waarna hij verder oprukte. De race kantelde in ronde 21 toen Keke Rosbergs motor bezweek terwijl de Fin aan de leiding ging. Lauda stopte direct voor verse banden en hervatte de race op de achtste positie.
De cruciale momenten volgden in ronden 32 en 33: Michele Alboreto stopte eerst, gevolgd door Prost in ronde 33, wiens achttien seconden durende stop hem naar de derde plaats achter Senna bracht. Lauda schoof door naar de leiding.
Het duurde vijftien ronden voordat Prost Senna in wist te halen. Daardoor had hij nog maar 22 ronden over om ook Lauda voorbij te gaan. Tijdens de laatste twaalf ronden vochten de twee McLarens voor de leiding, met Prost wanhopig op zoek naar een doorgang. Hij zette wielen naast de baan, blokkeerde de remmen, maar Lauda’s verdediging hield stand.
De race wordt beschouwd als een masterclass in racecraft door Lauda, die subtiele tempowisselingen gebruikte bij het naderen van achterblijvers om zichzelf niet te overbelasten. Met deze zege kwam hij op gelijke hoogte met Jim Clark op de erelijst met 25 overwinningen.
Lauda zou na Zandvoort nooit meer een Formule 1-race uitrijden. Zijn laatste overwinning, behaald vanuit de tiende startpositie op een van de meest veeleisende circuits van de kalender, vormde een passend einde aan een carrière die gedefinieerd werd door intelligentie, veerkracht en pure snelheid.
Zet de F1-kalender met één druk op de knop in jouw agenda en mis geen seconde van het nieuwe F1-seizoen
Download de F1-kalenderMeest gelezen
In dit artikel










Praat mee!