Audi en Cadillac zijn komend jaar de nieuwe namen in de Formule 1. Voor beide teams is het startpunt echt compleet verschillend. Audi heeft het Sauber F1-team overgenomen, terwijl Cadillac vanaf nul is begonnen.
De verwachtingen voor beide teams zullen aanvankelijk niet al te hoog zijn. Het aantal gevestigde namen in de koningsklasse van de autosport is groot, met McLaren, Ferrari, Mercedes, Red Bull, enzovoort. Het zal dan ook niet meevallen om je daar tussen te wringen.
Toch is er altijd een kans dat het wel gebeurt, iets waar beide teams zich mogelijk aan vast zullen houden. Daarbij kunnen Audi en Cadillac ook nog inspiratie halen uit een aantal voorbeelden uit het verleden, want vijf keer eerder wist een constructeur/automerk zijn GP-debuut om te zetten in een overwinning. Welke teams dat waren, lees je hieronder.
Alfa Romeo (Groot-Brittannië 1950)
We beginnen met de allereerste Formule 1-GP ooit verreden, want in deze race was ieder merk een debutant. Dat neemt niet weg dat er daarmee ook een debutant met de overwinning aan de haal ging. Op het circuit van Silverstone deden vijf verschillende merken (Alfa Romeo, Maserati, Talbot-Lago, ERA en Alta) en 21 coureurs een poging om zich de eerste winnaar in de Formule 1 te noemen.
Al snel werd duidelijk dat Alfa Romeo de snelste wagen had. Het Italiaanse merk ging met vier auto's aan de start. De vier coureurs die erin reden, kwalificeerden zich op de voorste twee rijen. Nino Farina pakte poleposition, voor Luigi Fagioli, Juan Manuel Fangio en Reg Parnell. De eerste niet-Alfa-coureur was Prins Bira (Maserati).
De top drie in de kwalificatie gingen er tijdens de race ook al snel vandoor. Om de 200.000 toeschouwers te amuseren, besloten de drie Alfa-coureurs om af en toe de leiding aan elkaar af te staan.
Toen Fangio halverwege de race uitviel door een kapotte olieleiding, bleven Farina en Fagioli strijden om de overwinning, met de laatste Alfa Romeo van Parnell op P3. In deze volgorde kwamen de heren uiteindelijk ook over de finish. Alfa Romeo ging de boeken in als eerste winnende merk, terwijl Farina de eerste winnaar van een Formule 1-Grand Prix werd.
Anderen bekeken ook:
Kurtis Kraft (Indianapolis 500 1950)
Kurtis Kraft is een naam die bij weinig Formule 1-fans een belletje zal doen rinkelen. Dat is niet zo vreemd, want de Amerikaanse constructeur was geen vast gezicht in het F1-wereldkampioenschap. Het merk specialiseerde zich voornamelijk in zogenoemde midget cars en Amerikaanse openwielauto’s. Toch wist Kurtis Kraft een Formule 1-race te winnen. Hoe kan dat?
Het antwoord is simpel: de Indianapolis 500 maakte in de jaren vijftig onderdeel uit van het Formule 1-wereldkampioenschap. Terwijl in Europa merken als Alfa Romeo, Ferrari en Maserati de dienst uitmaakten, waren zij niet aanwezig in Indianapolis. In plaats daarvan ging de strijd om de zege in 1950 tussen Kurtis Kraft en Diedt.
Walt Faulkner en Fred Agabashian noteerden namens Kurtis Kraft de twee snelste tijden in de kwalificatie, gevolgd door de Diedt van Mauri Rose. Rose nam in de openingsronde de leiding en hield die tien ronden vast. Vervolgens was het Johnny Parsons, gestart vanaf de tweede startrij, die zich steeds nadrukkelijker in de strijd om de overwinning mengde. Parsons en Rose wisselden meerdere keren van positie aan de kop, tot zo’n dertig ronden voor het einde.
Bill Holland (Diedt) nam daarna nog kortstondig de leiding over, maar werd na acht ronden opnieuw ingehaald door Parsons. Die reed vervolgens weg bij de concurrentie en kwam niet meer in de problemen. Na 138 ronden werd de race voortijdig afgebroken vanwege regen, waardoor Johnny Parsons en Kurtis Kraft zich winnaar van de Indianapolis 500 én van een Formule 1-Grand Prix mochten noemen. Daarmee boekten zij tijdens hun F1-debuut direct een overwinning.
Parsons reed in 1950 geen enkele andere Formule 1-race. Zijn zege in Indianapolis was echter voldoende om als zesde te eindigen in de WK-eindstand.
Mercedes (Frankrijk 1954)
Mercedes kende tussen 2014 en 2020 groot succes in de Formule 1. Met Lewis Hamilton, Nico Rosberg en Valtteri Bottas aan het stuur domineerden de Zilverpijlen jarenlang de koningsklasse van de autosport. Maar de eerste overwinning van het Duitse merk gaat terug tot 1954, het jaar waarin Mercedes voor het eerst op de deelnemerslijst van een Grand Prix verscheen.
Halverwege het seizoen 1954 stapte Mercedes in de Formule 1, en dat deden ze niet zonder ambitie. Het Duitse team bracht een volledig Duitse line-up, aangevuld met niemand minder dan Juan Manuel Fangio, die overkwam van Maserati. Terwijl de meeste concurrenten gebruikmaakten van vier- en zescilindermotoren, nam Mercedes een achtcilinder mee naar het circuit van Reims, dat acht kilometer lang was en vijf bochten telde.
Fangio liet meteen zijn waarde zien door de poleposition te pakken, gevolgd door teamgenoot Kling en Ascari in een Maserati. De race bleek een spannend duel, al werd al snel duidelijk dat een Mercedes-coureur de overwinning mee naar huis zou nemen. Ascari’s Maserati viel al na één ronde uit, en ook de Ferrari van José Froilán González moest al vroeg opgeven.
Uiteindelijk besloten Fangio en Kling het duel om de zege. Na 61 ronden was het Fangio die Kling op de streep versloeg met een verschil van slechts 0,1 seconde.
Fangio bleef dat jaar domineren: hij won later de Grands Prix van Duitsland, Zwitserland en Italië en behaalde zijn tweede wereldtitel. Het jaar erop won hij opnieuw vier Grands Prix namens Mercedes, waarmee hij zijn derde wereldtitel aan zijn palmares toevoegde.
Walter Wolf Racing (Argentinië 1977)
Na de debuutzege van Mercedes duurde het 23 jaar voordat deze prestatie herhaald werd. De naam van de Sloveens-Canadese zakenman Walter Wolf dook in 1976 op in de Formule 1-paddock. Wolf kocht 60% van Frank Williams Racing Cars op, waarna het team veranderde in Wolf-Williams Racing. Wolf kocht op hetzelfde moment de bezittingen van het opgedoekte Hesketh Racing.
Na een teleurstellend 1976 besloot Wolf om Frank Williams als teambaas af te zetten, waarna de later legendarische eigenaar en teambaas het huidige Williams F1-team oprichtte (onder de naam Williams Grand Prix Engineering). Kopstuk Patrick Head ging met Williams mee, terwijl ontwerper Harvey Postlethwaite bij Wolf bleef. Wolf ging vanaf 1977 verder onder de naam Walter Wolf Racing, wat officieel een nieuw F1-team was.
Walter Wolf Racing kwam met één auto aan de start in 1977, bestuurd door Jody Scheckter. De WR1 was niet bepaald de snelste auto op de grid, en dat werd duidelijk tijdens de openingsrace in Buenos Aires. Scheckter kwalificeerde zich als elfde, twee seconden achter polesitter James Hunt.
De race zou er echter een van uithoudingsvermogen worden in plaats van snelheid. De racepace van Scheckter was prima, maar normaal gesproken niet genoeg om te winnen. Tot grote tevredenheid van de Zuid-Afrikaan en zijn teambaas viel de gehele top vijf van de kwalificatie uit door betrouwbaarheidsproblemen. Ruim halverwege de race lag Scheckter ineens op de derde plaats.
Voor hem reden de Brabhams van John Watson en José Carlos Pace. Maar ook Watson viel richting het einde van de race uit met een kapotte ophanging. Pace leek op weg naar de overwinning, maar kreeg last van oververhitting in zijn cockpit. Scheckter ging voorbij aan de Braziliaan, nam zo de leiding over en kreeg als eerste de finishvlag te zien.
Zo wist Walter Wolf Racing zijn eerste Grand Prix in de Formule 1 te winnen. Voor Scheckter was het zijn vierde zege in zijn carrière. De Zuid-Afrikaan zou later in het seizoen ook nog de Grands Prix van Monaco en Canada winnen, op weg naar een tweede plaats in de WK-eindstand, achter Niki Lauda. Voor Walter Wolf Racing zouden deze drie overwinningen ook de enige zijn die het behaalde in de Formule 1. Na 1979 verkocht Wolf het team aan Wilson en Emerson Fittipaldi.
Brawn GP (Australië 2009)
Het verhaal van Brawn GP is er één die bij veel vaste Formule 1-fans bekend in de oren zal klinken. Honda besloot na een bijzonder mager 2008 om uit de sport te stappen, mede door de globale recessie die op dat moment uitbrak. Het Japanse merk verkocht het team en de faciliteiten voor het symbolische bedrag van één Britse pond.
Wat mensen op dat moment niet hadden voorzien, was dat het team een uiterst briljante maas in de wet van de 2009-reglementen had gevonden: de dubbele diffuser. Toen de Formule 1-wereld aankwam in Australië, waren de ogen vooral gericht op teams als Ferrari, McLaren, Red Bull Racing, BMW Sauber en Toyota. Spreekwoordelijk gezien vielen de monden dan ook open toen Jenson Button en Rubens Barrichello een 1-2'tje scoorden in de kwalificatie.
En het was ook geen klein verschil: Sebastian Vettel zette de derde tijd neer, maar was zes tienden van een seconde langzamer dan polesitter Button. De Brit had een goede start en was na de eerste ronde nog steeds de leider. Barrichello liet zijn auto bijna afslaan, kwam in de mêlee terecht en verloor een behoorlijk aantal plekken.
Button bleef, ondanks een safety car halverwege de race, volledig onder controle. Achter hem streden Robert Kubica en Sebastian Vettel om plaats 2. De twee raakten elkaar en eindigden even later in de muur. De race werd opnieuw geneutraliseerd, waarna Button achter de safety car als eerste over de streep kwam. Voor Button was het zijn tweede GP-zege uit zijn carrière. Brawn GP won tijdens zijn debuut.
Het bleek geen eenmalig succes te zijn. Button wist zes van de eerste zeven races te winnen. De ontwikkeling van de Brawn was minder dan die van de concurrenten, waardoor de voorsprong van Button op Vettel in de tweede helft van het seizoen snel kleiner werd. Toch was zijn voorsprong groot genoeg om één race voor het einde zijn eerste en enige wereldtitel te veroveren. Brawn GP werd aan het einde van het jaar verkocht aan Mercedes; de rest is geschiedenis.
Nieuw F1-seizoen, nieuwe kansen! Pakt Max Verstappen in Australië een podiumplaats dan pak je bij Unibet liefst 50 keer jouw inzet!
Voorwaarden van toepassing, alleen geldig voor spelers van 24 jaar en ouder. Wat kost gokken jou? Stop op tijd 18+.
Win 50 keer jouw inzet!Meest gelezen
In dit artikel























Praat mee!