Het meest recente en nog altijd bizarre voorbeeld is het epos van Rich Energy. In 2019 dacht het Amerikaanse Haas F1 de hoofdprijs te hebben gewonnen met de excentrieke Brit William Storey. Met zijn enorme baard, eeuwige zonnebril en een houding die het midden hield tussen een rockster en een sekteleider, beloofde hij dat zijn zwarte blikjes energiedrank de hegemonie van Red Bull zouden doorbreken.
"Better than Red Bull", was de slogan. Het probleem? Niemand had ooit een blikje Rich Energy geproefd, laat staan het in een winkel gezien. Terwijl Storey in de paddock champagne dronk, bleek zijn bedrijf verwikkeld in een lachwekkende rechtszaak over een gestolen logo van een fietsenmerk. De zeepbel spatte definitief uiteen toen Storey via Twitter - tot grote verrassing van het team zelf - het contract opzegde omdat de Haas-auto 'te langzaam' was. Haas bleef verbijsterd achter met een gat in de begroting en een zwarte auto die reclame maakte voor een spookdrankje.
Hoewel Storey de moderne fan verbaasde, was hij zeker niet de eerste die de sport bij de neus nam. Eind jaren ’80 liep er een man rond die de definitie van 'schimmig' een nieuwe dimensie gaf: Jean-Pierre Van Rossem. Deze Belgische econoom claimde met zijn bedrijf Moneytron een systeem te hebben ontwikkeld dat de beurskoersen foutloos kon voorspellen. Forse winst gegarandeerd, dus!
Hij werd grootaandeelhouder van Onyx, een team dat actief was in de juniorenklassen, maar al jaren de stap naar de Formule 1 wilde zetten. Onyx debuteerde in 1989 in de Formule 1. Van Rossem smeet met geld alsof het waardeloos papier was; hij bezat een vloot Ferrari’s en liet zijn personeel in sporttassen vol contant geld uitbetalen.
De paddock smulde van zijn excentriciteit, totdat de realiteit aanklopte. De 'magische computer' bleek een klassieke Ponzi-fraude, en Van Rossem eindigde niet op het podium, maar in de cel. Onyx stortte onmiddellijk in toen de stroom aan zwart geld opdroogde en verdween halverwege 1990, na anderhalf seizoen, uit de F1-paddock.
Prinselijke luchtkastelen
Toch spant het verhaal van T-Minus misschien wel de kroon wat betreft pure mysterie. In 1999 sierde dit logo de zijkant van de Arrows-bolides. De drijvende kracht was Prins Malik Ado Ibrahim, een Nigeriaanse koninklijke hoogheid die beweerde dat T-Minus een wereldwijd lifestyle-imperium zou worden, variërend van kleding tot motorfietsen.
De fans telden letterlijk af, want op de auto’s stond een countdown-klok die naar de grote lancering tikte. De klok bereikte de nul, de wereld keek toe... en er gebeurde helemaal niets. Geen producten, geen website, en vooral: geen miljoenen op de rekening van teambaas Tom Walkinshaw. Prins Malik verdween spoorloos uit de paddock en liet Arrows achter in een financiële vrije val die uiteindelijk het einde van het legendarische team zou betekenen.
Waarom trappen doorgewinterde teambazen telkens weer in deze sprookjes? Het antwoord ligt in de meedogenloze economie van de sport. In een tijd zonder budgetplafond was de druk om de volgende stap te zetten zo groot dat een kritische blik op de bankrekening van een nieuwe partner vaak werd vervangen door hoop. Tegenwoordig zijn de controles van de FIA en de FOM strenger, maar ook nu is waakzaamheid geboden.
Ontvang 200 Free Spins én €30 aan Free Bets als je €10 inzet op Sport!
Voorwaarden van toepassing, alleen geldig voor spelers van 24 jaar en ouder. Wat kost gokken jou? Stop op tijd 18+.
Claim jouw bonus!Meest gelezen
In dit artikel












Praat mee!