De eerste testweek, die vrijdag werd afgerond, gaf ons de kans om de auto’s op de baan te zien in hun eerste configuraties. Vergeleken met de officiële FIA-renders viel meteen op dat er veel variatie zat in de ontwerpkeuzes van de verschillende teams. Op hoofdlijnen kozen de teams bijvoorbeeld voor bepaalde concepten bij de ophanging, zoals een push-rod-systeem aan zowel de voor- als achterzijde, wat een vrij gangbare keuze is.
Op het niveau van specifieke ontwerpdetails vielen sommige keuzes meer op dan andere. Zo is er het brede gat in de zijwand van de diffuser van de Mercedes W17, dat op het eerste gezicht, dankzij beelden van de shakedown in Silverstone, meteen de wenkbrauwen deed fronsen bij de usual suspects op internet en sociale media.
Sommigen dachten dat dit mogelijk in strijd was met de regels, of dat het in ieder geval een grijs gebied van het reglement uitbuitte. Inmiddels is duidelijk dat dit niet het geval is. De bevestiging kwam zelfs van een concurrent. Red Bull gebruikte op de RB22 immers een vergelijkbare oplossing, om dezelfde effecten en doelen als Mercedes na te streven.
Ook bij Red Bull valt op hoe smal het voorste deel van de auto is en hoe langgerekt de sidepods zijn. Daarbij is het opvallend hoe de zogenaamde side intrusion cones (veiligheidskegels aan de zijkant) bovenop de zijkant van de sidepod zijn geplaatst, waarbij het uiteinde van de cone voorbij het externe profiel van de sidepod steekt. Dit benadrukt nog meer hoe beperkt de doorsnede van dit gebied van de auto is, iets wat van groot belang is voor zowel aerodynamica als veiligheid.
Interne aerodynamica, schaalverkleining en packaging
Wat de Ferrari SF-26 betreft, valt vooral de voorzijde op, waar een sterk hellend driehoekig element is toegepast. Het bevestigingspunt van de achterste draagarm ligt laag en ver naar achteren, wat doet denken aan een oplossing die McLaren vorig jaar gebruikte.
Visueel oogt de SF-26 niet radicaal anders, maar de complexiteit van de interne aerodynamica is duidelijk zichtbaar. Zo zien we onder andere de terugkeer van de bypass-duct naast de cockpit en een kleinere sectie van de luchtinlaat van de krachtbron.
Mercedes lijkt al een zeer volwassen auto te hebben, met vormen die bijna een logische, schaalverkleinde evolutie zijn van de W16. Toch zijn er nog steeds interessante details te ontdekken, zoals de volledige configuratie van het achterste deel van de auto.
McLaren oogt op het eerste gezicht juist als een auto met duidelijke verschillen ten opzichte van het vorige model, vooral zichtbaar in de ophangingsschema’s. De echte innovaties, op het gebied van packaging en mechanica, zijn echter deels verborgen en vragen nog nadere analyse.
De AMR26 van Adrian newey
En tot slot Aston Martin. Op het eerste gezicht heeft de AMR26 de kenmerkende eigenschappen van elke door Adrian Newey ontworpen auto: het is geen eenvoudig project. Vooral de mechanica, zoals de plaatsing van de bovenste driehoek van de achterophanging, is volledig afgestemd op de aerodynamica.
Opvallende oplossingen, zoals de brede neus met een onderprofiel dat doet denken aan een zeemeeuwenbek (sea gull beak), behoren slechts tot de meest zichtbare kenmerken van een ontwerp dat een complexe ontwikkeling heeft doorgemaakt rond de Honda-krachtbron en de installatie ervan.
Op de middellange termijn kan dit wellicht een voordeel opleveren, maar het team werd in Silverstone gedwongen tot een radicale herziening van het ontwerp gedurende de zomer.
Download met één druk op de knop de F1-kalender voor 2026 naar de agenda van jouw telefoon of laptop en mis geen seconde van het nieuwe F1-seizoen!
Download F1-kalenderMeest gelezen
In dit artikel









Praat mee!