Hoewel hij op de toppen van zijn kunnen presteert, spreekt viervoudig wereldkampioen Max Verstappen zich steeds vaker uit over een mogelijk vroegpensioen. Zijn frustratie richt zich vandaag de dag vooral op het racen zelf, maar eerste stipte hij ook randzaken aan die hem een doorn in het oog zijn: de uitgedijde kalender van 24 races, de focus op sprintraces en de overmatige showelementen.
Verstappen is een purist die het liefst elk weekend in een sim of een GT-auto stapt zonder de media-druk van de F1. Hij heeft meermaals gedreigd dat als de reglementen de sport te veel veranderen in een 'circus' of als de belasting op zijn privéleven te groot wordt, hij zijn contract (dat tot 2028 loopt) niet zal uitzitten. Voor Max is F1 geen eindstation, maar een fase; zodra het plezier bezwijkt onder de commerciële last, trekt hij de deur achter zich dicht. Anderen gingen hem voor.
Kimi Räikkönen (eind 2009)
Voor Kimi Räikkönen was Formule 1 altijd binair: hij hield van het racen, maar hij haatte de rest. Eind 2009 bereikte de 'Iceman' een breekpunt. Ondanks een doorlopend contract bij Ferrari, voelde de sfeer binnen het team niet meer goed en was de bureaucratie hem de keel uit gaan hangen. Kimi was klaar met de mediaverplichtingen, de commerciële praatjes en de politieke spelletjes die achter de schermen werden gespeeld. En natuurlijk koos Ferrari ook zonder blikken of blozen voor Fernando Alonso als zijn vervanger.
Hij nam een lucratieve afkoopsom aan en vertrok naar het Wereldkampioenschap Rally (WRC). Daar kon hij in relatieve anonimiteit door de modder ploegen, ver weg van de glinstering van de paddock. Hoewel hij in 2012 terugkeerde, bewees zijn vertrek in 2009 dat voor Kimi autonomie altijd belangrijker was dan een gegarandeerd topzitje. Hij wilde simpelweg weer plezier hebben in het besturen van een machine, zonder de verstikkende structuur die de F1 hem opdrong.
Juan Pablo Montoya (midden 2006)
Juan Pablo Montoya was een ruwe diamant die nooit helemaal paste in de klinische, gepolijste wereld van McLaren (of de F1). In 2006 was de maat voor de Colombiaan vol. Montoya voelde zich beperkt door de rigide bedrijfscultuur van teambaas Ron Dennis en de constante kritiek op zijn gewicht en levensstijl. Het pure plezier in de koningsklasse was volledig verdampt; hij voelde zich een radertje in een marketingmachine in plaats van een gerespecteerd racer.
Nog voordat het seizoen 2006 voorbij was, kondigde hij plotseling zijn vertrek naar de NASCAR aan. Hij wachtte de officiële procedures niet eens af en vertrok per direct na de Grand Prix van de Verenigde Staten. Voor Montoya bood de Amerikaanse racerij de vrijheid en de rauwe 'wheel-to-wheel' actie die hij in de steeds politieker wordende F1 miste. Hij koos voor de passie van de ovals boven de steriele paddock, simpelweg omdat hij weer wilde lachen achter het stuur.
James Hunt (midden 1979)
James Hunt, de wereldkampioen van 1976, is het ultieme voorbeeld van een coureur die de sport verliet omdat de 'fun' weg was. Hunt was de belichaming van de rebelse coureur, maar aan het einde van de jaren '70 verloor hij zijn motivatie in moordtempo. Na zijn overstap naar het ploeterende Wolf-team in 1979, realiseerde hij zich dat het risico van de sport — die destijds extreem gevaarlijk was — niet meer opwoog tegen het plezier.
Hunt was de commerciële druk en de constante angst voor ongelukken zat. Midden in het seizoen, na de Grand Prix van Monaco, besloot hij abrupt te stoppen. Hij zei simpelweg: "Ik laat het achter me." Hij stapte uit de auto en keek nooit meer achterom. De man die ooit leefde voor de adrenaline, vond de sport inmiddels saai en onnodig gevaarlijk geworden. Hij verkoos zijn eigen welzijn boven de glitter van de grid.
Ook interessant:
Max Verstappen en Red Bull kenden een rampweekend in China. Rudy van Buren, Tim Coronel en Joris Mosterdijk blikken terug in een kakelverse aflevering van de Formule 1-podcast van RacingNews365!
Meest gelezen
In dit artikel












Praat mee!