McLaren Engeland

  • McLaren
Na het drama met Honda moest Renault McLaren in 2018 naar voren helpen, maar de legendarische stal liep gedurende het seizoen tegen een steeds groter wordende achterstand aan. Carlos Sainz en Lando Norris hebben dit jaar de taak om McLaren bij de hand te nemen.

De Spanjaard en zijn debuterende Britse tiener-collega kunnen waarschijnlijk niet toveren, maar aan hen wel de taak om McLaren tenminste iets beter voor de dag te laten komen dan het geval was in 2018.

Bruce McLaren sticht Formule 1-team

Een jonge Nieuw-Zeelander verschijnt tegen het einde van de jaren '50 aan de start in de Formule 1. Zijn naam: Bruce McLaren. De Kiwi heeft als doel om het te maken in de koningsklasse en hij laat direct zien uit welk hout hij is gesneden. Slechts 22 jaar oud is McLaren als hij op Sebring in 1959 zijn eerste Grand Prix wint.

Jaren later besluit McLaren om, net als continentgenoot Jack Brabham, een eigen team op te richten. De wagens worden in een kenmerkende oranje kleur gespoten en binnen korte tijd heeft McLaren zijn eerste successen te pakken. Ook overzees, in het goedbezette CanAm-kampioenschap, rijden de bolides van McLaren vooraan.

McLaren zou in tegenstelling tot Brabham echter geen wereldkampioen worden achter het stuur van zijn eigen wagen. De Nieuw-Zeelander verongelukt op 33-jarige leeftijd tijdens een test op het Britse circuit van Goodwood.

Naar de top

Oprichter McLaren mag het niet meer meemaken, maar kort na diens dood treedt zijn team toe tot de elite van de Formule 1. Dankzij Denny Hulme en Peter Revson worden de eerste successen geboekt, Emerson Fittipaldi helpt het team in 1974 aan haar eerste wereldtitel in de koningsklasse. Als Fittipaldi de stal zijn rug toekeert om voor broer Wilson Fittipaldi's team Copersucar te racen, moet McLaren in alle haast op zoek naar een vervanger.

Die vervanger komt er in de persoon van James Hunt. De charismatische Brit is zeer getalenteerd, maar houdt ook van een stevige borrel en vrouwelijke aandacht. Hunt ontpopt zich tot het enfant terrible van de Formule 1, eentje die op zijn tijd Grands Prix op zijn naam weet te schrijven. Als Niki Lauda in de zomer van 1976 bijna levend verbrand en door zijn verwondingen een aantal GP's moet missen, zet Hunt de jacht op zijn afwezige Oostenrijkse rivaal - die aan de leiding van het WK gaat - in.

Lauda keert voor het einde van het seizoen terug en reist met een voorsprong af naar de slotrace, die wordt gehouden in het Japanse Fuji. Na een rondje besluit Lauda echter de handdoek in de ring te werpen: het circuit is drijfnat aangezien het al de hele racedag keihard regent. Lauda wil geen risico's nemen, iets wat Hunt wel aandurft. Ondanks een late lekke band krijgt de Brit het voor elkaar om op P3 te finishen, precies de plaats die hij nodig had om het wereldkampioenschap voor de neus van Lauda weg te snaaien.

De gouden jaren

Na een kortstondige dip, eind jaren '70, begin jaren '80, helpt een nieuwe baas McLaren weer in het gareel. Onder de bezielende leiding van Ron Dennis, een man die niets aan het toeval overlaat, wordt McLaren omgetoverd tot een winnende machine. Lauda, die zich in 1982 bij het team heeft aangesloten, sleept op karakter een wereldtitel uit het vuur in 1984. Nadien is het aan toptalent Alain Prost om zijn profetie waar te maken.

In 1985 legt Prost de complete Formule 1-wereld zijn wil op, om de eerste van vier wereldtitels te scoren. Een jaar later is het weer raak: ditmaal echter mede dankzij het vechtende Williams-duo Mansell en Piquet, dat elkaar punten afsnoept. In 1987 moet McLaren de titel aan Piquet laten, waarop een jong Braziliaans talent wordt gecontracteerd. Zijn naam? Ayrton Senna da Silva.

Senna en Prost rijden in 1988 in een onverslaanbare wagen. Vijftien van de zestien races worden door een van beiden gewonnen, slechts in Italië verliest Senna de zege doordat een achterblijver hem van de baan beukt. Senna en Prost zijn twee complete tegenpolen en jagen elkaar op de kast. De strijd ontbrandt in 1989, wanneer het tweetal op een beslissend moment in het WK met elkaar in aanraking komt. Prost wordt kampioen, maar verlaat McLaren omdat hij meent dat de stal Senna liever titels ziet winnen.

En dat is precies wat er in de volgende twee seizoenen gebeurd: Senna verslaat Prost in 1990 door hem op een beslissend moment van de baan te rossen, een jaar later is hij gewoonweg te sterk voor zijn concurrenten. De gouden jaren van McLaren (1984-1991) leveren zeven rijderstitels en zes constructeurstitels op.

© McLaren F1

Mercedes-tijdperk

Senna en McLaren moeten hun meerdere erkennen in Williams, dat haar zaakjes beter voor elkaar heeft in 1992-'93. Nadat Senna zijn laatste race in dienst van McLaren wint (Adelaide 1993) duurt het tot aan de seizoensopener van 1997 alvorens de stal uit Woking wederom de winnaar van een Grand Prix mag bejubelen.

In de tussentijd heeft er een aantal belangrijke wijzigingen plaatsgevonden. Mika Häkkinen is een van de dragende krachten, David Coulthard heeft zich in 1996 naast de Fin gevoegd. Bovendien maakt McLaren gebruik van Mercedes-motoren, die in de loop der jaren behoorlijk ontwikkeld zouden worden. In 1998 is McLaren-Mercedes uitgegroeid tot topfavoriet: de van Williams overgekomen techneut Adrian Newey heeft met de MP4/13 een fantastische wagen afgeleverd, eentje die met dank aan Häkkinen kampioen zou worden.

De Fin herhaalt zijn kunstje in 1999, wanneer hij niet met Michael Schumacher, maar diens understudy Eddie Irvine moet afrekenen. McLaren komt ook in 2000 en 2001 in de buurt, maar Schumacher en Ferrari blijken inmiddels té sterk. Nadat Häkkinen met pensioen gaat neemt een andere Fin het over: Kimi Raikkonen komt in 2003 drie puntjes tekort voor zijn eerste wereldtitel.

Ook in 2005 wordt Raikkonen tweede, ditmaal achter de Renault van Fernando Alonso. Alonso is echter dusdanig overtuigd van de snelheid van de McLaren dat hij nog voor 2006 begint een contract voor 2007 ondertekent. Dat jaar zou niet als gehoopt verlopen: zowel Alonso als zijn debuterende collega eindigen een veelbewogen seizoen, dat wordt gekenmerkt door een spionageschandaal en teamintern gerommel, beiden op één punt van de naar Ferrari vertrokken Raikkonen. Een jaar later zet Hamilton dat wat scheef stond recht door wél wereldkampioen te worden, de laatste keer dat McLaren een WK veroverde.

Hamilton krijgt in 2010 Jenson Button als teamgenoot en het tweetal blijkt in de drie jaren dat ze tot elkaar veroordeeld zijn, behoorlijk aan elkaar gewaagd. Meerdere Grand Prix-zeges worden er door de twee Britten gescoord, die in de strijd om de wereldtitel echter telkens hun meerdere moeten erkennen in Sebastian Vettel.

Als Hamilton vertrekt gaat het bergafwaarts met McLaren. De laatste zege dateert van Brazilië 2012, het laatste podium wordt begin 2014 gescoord door Kevin Magnussen. De samenwerking met Honda (2015-'17) verloopt dramatisch en ook met Renault-power is McLaren niet vooruit te branden. Een legendarische stal raakt verzeild in zwaar weer.

De voordelen van een account:

  • Reageren op artikelen

  • Toegang tot exclusieve content

  • Win mooie prijzen met quizen en spellen

  • Profiteer van exclusieve voordelen