Williams F1 Engeland

  • Williams
In 2019 moet alles anders bij Williams, het team dat in het verleden glorietijden kende. Met George Russell en Robert Kubica achter het stuur van de FW42's moet rampjaar 2018 zo rap als mogelijk vergeten worden.

Russell maakt zijn debuut in 2019, Kubica keert na jaren van afwezigheid terug in de koningsklasse. Waar de Britse jongeling in de afgelopen seizoenen aan de weg timmerde in de opleidingsklassen, daar heeft de Pool een lang revalidatieproces achter de rug. De tandem Russell/Kubica moet Lance Stroll en Sergey Sirotkin, het tweetal dat in 2018 slechts zeven punten wist te scoren, doen vergeten.

Van niets naar iets

Frank Williams probeert in de late jaren '60 en de vroege jaren '70 voet aan de grond te krijgen in de Formule 1. In samenwerking met andere gelukszoekers schrijft hij her en der een wagen in voor een Grand Prix en elk dubbeltje moet om worden gedraaid. In 1977 kent Williams een doorbraak, als hij zijn eigen stal eindelijk goed en wel aan de start van de Grands Prix krijgt.

Samen met techneut Patrick Head weet Williams razendsnel stappen te zetten. Al in het tweede jaar worden de eerste puntenfinishes genoteerd, in 1979 boekt Clay Regazzoni de eerste van vele Grand Prix-zeges. Het is echter niet de Zwitser, maar Australiër Alan Jones die een jaar later het sprookje compleet maakt. Jones weet in 1980 Brabham-rijder Nelson Piquet af te houden, om Williams zo binnen luttele seizoenen wereldkampioen te maken.

Heibel in de tent

Het grote probleem van Williams in de jaren '80 blijkt meer dan eens de rijderscombinatie. De wagens die Patrick Head aflevert kunnen vrijwel allemaal meestrijden om overwinningen: na Jones pakt ook Keke Rosberg (1982) een wereldtitel, Piquet (die overstapt vanuit Brabham) krijgt dat in 1987 eveneens voor elkaar. De titelteller had echter hoger kunnen staan. Jones maakt het teammaat Carlos Reutemann onnodig lastig in 1981, waardoor de Argentijn naast het WK grijpt.

Die heibel valt echter in het niets bij het gedonder tussen Nigel Mansell en Piquet. De Brit en de Braziliaan liggen elkaar to-táál niet, en dat komt de sfeer binnen het team niet ten goede. Williams heeft in 1986 absoluut de beste wagen, maar het is McLaren-rijder Alain Prost die met de titel aan de haal gaat. Mansell en Piquet gunnen elkaar namelijk het licht niet in de ogen en zodoende snoept het tweetal elkaar veel waardevolle punten af.

Tijden van onoverwinnelijkheid

Na de titel van Piquet moet Williams lijdzaam toezien hoe McLaren de vloer aanveegt met haar concurrenten. Tussen 1988 en 1991 wint de equipe uit Grove een paar wedstrijden, terwijl haar rivaal uit Woking elke mogelijke titel verovert. Medio 1991 komt er verandering in de hiërarchie. Toptechneut Adrian Newey komt over van Leyton House en ontfermt zich over de complexe reglementen, die het gebruik van actieve wielophangingen toestaat.

Met die actieve wielophanging blijkt Williams in 1992 en 1993 nagenoeg onverslaanbaar. Mansell (1992) en de speciaal voor één jaartje uit zijn pensioen teruggekeerde Alain Prost (1993) worden gemakkelijk kampioen. Ayrton Senna ziet het wel zitten met Williams en wil maar wat graag een vierde wereldtitel scoren. Daarom laat hij werkgever McLaren na 1993 achter, om zich bij Williams te voegen.

Dat verhaal eindigt echter in een tragedie. In de winter van 1993-'94 worden de hulpmiddelen die Williams in de voorgaande jaren zo sterk maakten, verboden. Senna moet het in 1994 met een zeer nerveuze wagen doen, die lang niet meer zo goed is als in de seizoenen daarvoor. Tot overmaat van ramp verongelukt Senna in de derde race van het jaar.

Williams zit met de handen in het haar en de teamleden zijn zwaar ongelukkig na de dood van Senna. In de persoon van Damon Hill staat er echter een nieuwe teamleider op, die de stal bij de hand neemt in lastige tijden. In 1994 komt Hill één punt tekort op de wereldtitel, eentje die hij in 1996 dankzij een wederom fenomenale wagen wél weet te grijpen. Een jaar later herhaalt Jacques Villeneuve dat succes voor Williams: ondanks de zwarte pagina van 1994 kent Williams gouden jaren, met vijf constructeurstitels en vier rijderskampioenschappen in zes seizoenen tijd.

Het verval

Nadat motorleverancier Renault de Formule 1 eind 1997 voorlopig vaarwel zwaait, komt Williams in de problemen. De stal wint drie seizoenen lang geen enkele Grand Prix en moet alle zeilen bijzetten om niet in de vergetelheid te raken. Met dank aan BMW kent men een opleving in de jaren 2001-'04, maar meer dan overwinningen worden er niet genoteerd, ondanks dat Williams in de persoon van Juan Pablo Montoya over een zeer begaafde coureur beschikt.

Ondanks dat Williams geregeld zeer getalenteerde rijders aan weet te trekken (Mark Webber, Nico Rosberg, Nico Hülkenberg) zakt het steeds verder weg. In 2008 weet Rosberg nog een paar keer het podium te behalen, iets wat in 2010 een utopie blijkt. Juist als het niet slechter kan, blijkt Williams voor 2012 een prima wagen te hebben gebouwd. Dat, in combinatie met de dan wél sterke Renault-motor, zorgt in Barcelona voor een wonder.

Pastor Maldonado krijgt het op 13 mei 2012 zowaar voor elkaar om een Grand Prix te winnen. De Venezolaanse brokkenpiloot, die meer weg heeft van een schadespecialist of taxateur dan een racerijder, houdt iedereen op die dag achter zich. Williams wint zodoende eindelijk weer een race.

Op en neer

Na die zege in Spanje raakt Williams heel snel weer in verval. Gedurende het seizoen 2012 weten Maldonado en teammaat Bruno Senna nog wel een aantal punten te scoren, maar 2013 is niet om over naar huis te janken. Maldonado en Valtteri Bottas komen in negentien Grands Prix tot het schandalig lage aantal van vijf WK-puntjes.

De nieuwe reglementen helpen Williams voor 2014 pardoes in het zadel. Felipe Massa komt Maldonado vervangen en de Braziliaan haalt zowaar een aantal podiumplaatsen. Ook Bottas doet een duit in het zakje, door meermaals tweede of derde te worden. Een zege zit er niet in, maar Williams besluit het constructeurskampioenschap op een waanzinnig sterke derde plaats: nog voor Ferrari!

Ook in 2015 is Williams sterk, al blijkt het minder competitief dan in 2014. Vanaf daar wordt wederom een verval ingezet: 2016 is oke, 2017 al minder en 2018 ronduit slecht. In het laatstgenoemde jaar bouwt Williams werkelijk een hok van een wagen, die aerodynamisch aan geen enkel criterium voldoet.

De voordelen van een account:

  • Reageren op artikelen

  • Toegang tot exclusieve content

  • Win mooie prijzen met quizen en spellen

  • Profiteer van exclusieve voordelen