2026 is het jaar van grote veranderingen in de Formule 1. Niet alleen het chassis, maar ook de krachtbron is flink op de schop gegaan. De MGU-H is verleden tijd, terwijl de elektromotor een groter deel van het vermogen gaat leveren. Daarnaast is er de introductie van de overtake-mode, die de functie van de DRS overneemt als hulpmiddel bij het inhalen.
Er is dus veel spanning bij de vijf leveranciers van krachtbronnen. De laatste keer dat een nieuwe krachtbron werd geïntroduceerd, was het Mercedes dat jarenlang de dienst uitmaakte. Om te voorkomen dat er opnieuw één leverancier geruime tijd domineert, heeft de FIA een nieuw programma opgezet: ADUO (Additional Development and Upgrade Opportunities).
Het doel van dit programma is om motorleveranciers die ver achterlopen extra mogelijkheden te bieden om het gat te verkleinen of te dichten. Op papier klinkt het misschien als een manier om het veld kunstmatig dichter bij elkaar te brengen, maar volgens Nikolas Tombazis, directeur van de single seaters bij de FIA, is dat zeker niet het geval.
In een exclusief gesprek met RacingNews365 legt Tombazis uit hoe het ADUO-programma werkt en waar het voor moet zorgen: "We meten de prestaties van de krachtbronnen op verschillende, zeer robuuste manieren, verdeeld over drie reeksen van zes races. Op basis van het ADUO-programma ontvangen leveranciers met een achterstand van meer dan twee, vier of zes procent op het gebied van het verbrandingsvermogen geleidelijk aan voordelen."
"Die voordelen vertalen zich naar meer beschikbare uren op de testbank, extra homologatiekansen en een geleidelijk hoger budgetplafond. We geloven dat dit, binnen een budgetplafond, noodzakelijk is; anders ben je veroordeeld tot een lange, ellendige periode als je met een achterstand begint."
'ADUO is geen Balance of Performance'
Vooral het mogelijk verruimen van het budgetplafond klinkt ingrijpend, maar volgens Tombazis is het logisch als deze maatregel ooit wordt toegepast: "Je kunt je voorstellen dat als motoren constant stuk gaan, je binnen de kortste keren het budgetplafond raakt. Dan zou er geen geld meer overblijven, en dat kan enorme problemen veroorzaken. Het zou zelfs kunnen betekenen dat een team of leverancier de sport moet verlaten."
"Het is duidelijk dat we nooit willen dat motorleveranciers zich gedwongen voelen de Formule 1 te verlaten, omdat ze geen enkele kans zien om competitief te zijn. Dat zou het hele doel van hun deelname tenietdoen."
Sommigen noemden het ADUO-programma een verkapte vorm van balance of performance, maar Tombazis verzet zich fel tegen die vergelijking: "Uiteindelijk moet je onthouden dat alle auto's werken volgens dezelfde technische regelgeving. Er is geen kunstmatige manier om de ene leverancier meer prestaties te geven dan de ander. Het enige dat gebeurt, is dat een leverancier die achteraan begint enkele mogelijkheden krijgt om dichter bij de rest te komen."
"Daarbij moet ook worden meegenomen dat in de Formule 1, zowel bij het chassis als bij de motor, een enorme hoeveelheid knowhow, opgebouwde ervaring, kennis en infrastructuur meespeelt. Voor nieuwkomers is het daardoor extreem moeilijk om snel competitief te worden; je begint echt achteraan. Het is een van onze doelstellingen geweest om zowel nieuwe teams als motorleveranciers een eerlijke kans te geven", besluit Tombazis.
Download met één druk op de knop de F1-kalender voor 2026 naar de agenda van jouw telefoon of laptop en mis geen seconde van het nieuwe F1-seizoen!
Download F1-kalenderMeest gelezen
Interviews RN365 Nieuwsdossier























Praat mee!