Welkom bij RN365

Je bent ingelogd. Profiteer direct van alle voordelen van jouw account:

  • Praat mee over de Formule 1;
  • Maak kans op leuke prijzen;
  • Krijg toegang tot exclusieve content;
  • Profiteer van exclusieve voordelen.

Welkom bij RN365

Word onderdeel van de grootste racefamilie van Nederland. Maak nu jouw gratis account aan!

  • Praat mee over de Formule 1;
  • Maak kans op leuke prijzen;
  • Krijg toegang tot exclusieve content;
  • Profiteer van exclusieve voordelen.
Formule 1 2020

Roemruchte paydrivers: Hector Rebaque, géén Speedy Gonzales

Nicholas Latifi is het recentste en aansprekendste voorbeeld van het begrip "paydriver" Hoewel zijn vader het in alle toonaarden ontkent, is zoonlief Nicholas in de Formule 1 gekomen dankzij de sponsormiljoenen van pa. Racingnews365 stelde een top-tien samen van de meest spraakmakende racende miljonairs. En zij die er net buiten vielen. Vandaag: Hector Rebaque (1977-1983).

"Ik had hier kunnen winnen", knort Mexicaan Hector Rebaque (Mexico City, 5-2-1956) na afloop van de Grand Prix van Argentinië in april 1981. Zelden is een betalende tweede rijder van een Formule 1-team zo dicht bij de zege gekomen. Vanaf startplaats zes, zijn beste Formule 1-kwalificatie, werkt de Mexicaan zich in de superieure Brabham BT49 op naar een tweede plaats achter kopman Nelson Piquet. En uitgerekend de wagen van de Mexicaan geeft de geest.

Het is het enige echte hoogtepunt in de loopbaan van Rebaque in de Formule 1. In de tweede helft van de jaren zeventig is hij er zeker van dat hij in de voersporen kan treden van zijn illustere landgenoten Pedro en Ricardo Rodriguez. Het loopt even iets anders. Via de Formule Atlantic en de Formule 2 verovert Rebaque zich – met behulp van enig zakgeld – in 1977 een plek in het zieltogende Formule 1-team van Hesketh. Rebaque doet zes pogingen zich te kwalificeren, maar slaagt alleen – met pijn en moeite - in Hockenheim. De finish ziet hij niet.

Omdat geld geen rol speelt bij de rijke Rebaque besluit hij het in 1978 over een andere boeg te gooien. Hij koopt bij Colin Chapman enkele Lotussen van het type 78, van het ‘vorige seizoen’ zeg maar, en bestrijdt met de wagens een volledig seizoen. De auto is goed, maar Hector niet. Zeven keer kwalificeert hij zich niet, en meestal start hij ergens achteraan. Alleen in Duitsland kan er worden gejuicht, na een zesde plaats. Er zijn véél uitvallers voor nodig.

In ’79 opereert Rebaque volgens hetzelfde recept, nu met een Lotus 79, maar er zit geen schot in zijn prestaties. Plaats zeven op Zandvoort is het beste resultaat. In 1980 mag hij halverwege het seizoen – inderdaad, vanwege de centjes van de Mexicaanse oliemaatschappij Pemex, bij Brabham instappen. Hij wordt zesde in Canada. In ’81 staat Rebaque het hele jaar in de schaduw van Piquet, die naar de wereldtitel wordt geholpen. Rebaque ziet – afgezien van het showoptreden in Argentinië – nog wel kans drie vierde én een vijfde plaats uit het vuur te slepen.

Het is niet voldoende om zijn Formule 1-loopbaan te rekken, al mag hij in 1983 nog één keer voor Brabham starten in de niet voor het WK meetellende Race of Champions. Rebaque rijdt nog een blauwe maandag in het CART-kampioenschap (Indycars), waarin hij (Elkhart Lake) één race weet te winnen.

0 reacties