Scuderia Ferrari Italië

  • Ferrari
Een nieuwe teambaas, een nieuwe sportief directeur en een nieuwe coureur: Ferrari laat niets aan het toeval over in 2019, wanneer de jacht naar een nieuwe wereldtitel wordt ingezet. Die wereldtitel is bijzonder welkom: sinds 2008 was Ferrari al niet meer de uiteindelijke nummer één!

Sebastian Vettel heeft na vier jaar Kimi Raikkonen aan zijn zijde te hebben gezien een nieuwe teamgenoot gekregen. De Monegask Charles Leclerc is gepromoveerd, hij reed in 2018 voor het team van Sauber. De jonge twintiger moet Vettel het vuur aan de schenen gaan leggen in 2019.

Formule 1-meubilair

Ferrari en de Formule 1 zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sterker nog: van alle teams die deelnamen aan het inaugurele seizoen (1950) is alleen Ferrari nog op de startopstelling aanwezig. Van alle races die er tot en met het einde van 2018 waren gereden, heeft de Scuderia er slechts 27 gemist.

In de eerste jaren weet Ferrari meteen een aardig woordje mee te spreken. José Froilan González zorgt in 1951 voor de eerste Ferrari-zege, in de daaropvolgende twee seizoenen rijdt Alberto Ascari het merk uit zijn moederland naar de wereldtitel. Ook Juan Manuel Fangio (1956), Mike Hawthorn (1958) en Phil Hill (1961) maken het Italiaanse merk kampioen.

Coureurmoordenaar

Enzo Ferrari, de haast dictatoriale eigenaar en naamgever van de stal, gaat over lijken. De Italiaan wil niets liever dan races en kampioenschappen winnen en als zijn rijders dat niet doen, kunnen ze wieberen. Meerdere jonge Italiaanse talenten worden voor de leeuwen geworpen en als ze hun kunde aan baas Ferrari willen tonen, gaat menigeen over de schreef. Luigi Musso, Eugenio Castellotti, Lorenzo Bandini en Ignazio Giunti komen allen tragisch om het leven.

Qua titels loopt het na de aanvankelijke successen geen storm meer. John Surtees maakt Ferrari in 1964 nog kampioen, voor hij na een woordenwisseling met de baas kan vertrekken. Pas als 'betweter' Niki Lauda zich in 1974 bij het team voegt, gaat het roer om. Niet langer zijn de Italiaanse wagens van onbesproken gedrag en moet de rijder zich maar aanpassen, maar wordt en zeer precies aangewezen wat er goed en fout is aan de bolides. Lauda wordt tweemaal kampioen (1975, 1977) voor Ferrari, wat overigens drie titels hadden kunnen zijn als hij in 1976 niet bijna levend was verbrand.

Het leven na Lauda

Na zijn twee wereldtitels heeft Niki Lauda pardoes genoeg gezien. De Oostenrijker heeft geen trek meer in de nukken van Enzo Ferrari en zet zeil richting Brabham. Aanvankelijk moet Carlos Reutemann de kar trekken, maar voor het volgende seizoen is ook de Argentijn pleite. Jody Scheckter is de aangewezen persoon om Ferrari de jaren '70 te laten besluiten met een titel, en dat is precies wat de Zuid-Afrikaan doet. Met steun van tweede viool Gilles Villeneuve haalt de Scuderia in 1979 beide titels binnen.

Waar Scheckter en Villeneuve prima met elkaar overweg kunnen, botert het niet tussen Scheckters opvolger Didier Pironi en de Canadese publiekslieveling. Het wordt zelfs zó erg, dat Villeneuve na de Grand Prix van San Marino in 1982 roept 'nooit meer' te willen praten met zijn teammaat. Die uitspraak zou waarheid blijken: twee weken later verongelukt Villeneuve als hij op Zolder in België een ultieme poging doet om rapper te gaan dan de kwalificatietijd van Pironi. Ook Pironi's Formule 1-carrière wordt abrupt een halt toegeroepen, als hij enkele maanden later zijn benen verbrijzeld.

In de jaren '80 heeft Ferrari zo nu en dan oplevingen, maar dichterbij de titel dan Michele Alboreto in 1985, komt geen enkele Ferrari-rijder. Tegen het einde van het decennium zet Gerhard Berger enkele hoopgevende resultaten neer, ook Nigel Mansell wint een paar keer in het rood. Pas als Alain Prost in 1990 in de wagen stapt kan Maranello hopen op een titel, maar zelfs de Professor krijgt het niet aan de praat.

Goudhaantje Schumacher

Na jarenlang te hebben gesukkeld tussen de middenmoot en de absolute top in, doet Jean Todt een andere wind waaien bij Ferrari. De kleine Fransman, bekend uit de rallywereld, trekt met Ross Brawn een geniale techneut aan, zorgt met het aanstellen van Rory Byrne voor een knappe ingenieurskop en haalt als klap op de vuurpijl de felbegeerde Michael Schumacher binnen. De Duitser is ten tijde van zijn entree in 1996 tweevoudig wereldkampioen.

Het traject loopt hier en daar wat vertraging op - Schumacher vergooit zijn kansen in 1997, de wagen van 1998 is niet goed genoeg en in 1999 breekt de Duitser zijn benen, maar in 2000 is het eindelijk zover; voor de eerste keer sinds 1979 wordt de rijderstitel veroverd. Schumacher en Ferrari gaan door op een dominante ramkoers: vrijwel elk record wordt in de daaropvolgende jaren uit de boeken gereden, de combinatie wordt tot en met 2004 in elk jaar wereldkampioen bij zowel de rijders als de teams.

Vettel, of toch Leclerc?

Nadat Kimi Raikkonen in 2007 de laatste rijderstitel naar Maranello brengt en het team in 2008 voor de tot dusver laatste keer constructeurskampioen wordt, valt het enigszins in een zwart gat. Met een briljante Fernando Alonso achter het stuur wordt nipt naast de rijderstitels van 2010 en 2012 gegrepen. Diens opvolger, Sebastian Vettel, laat het in zowel 2017 als 2018 liggen. Aan de Duitser de schone taak om Ferrari weer aan titels te helpen - of krijgt Charles Leclerc het onmogelijke voor elkaar?

De voordelen van een account:

  • Reageren op artikelen

  • Toegang tot exclusieve content

  • Win mooie prijzen met quizen en spellen

  • Profiteer van exclusieve voordelen